EEN GOED JAAR

AMIGO'S

BROER

BRABANÇONNE

LABYRINTHUS

HALFWEG

HASTA LA VISTA

MAN ZKT VROUW

WINDKRACHT 10
the movie


VERLENGD WEEKEND



MOHIKANEN

BLANVAL

JAN COX
a painter's odyssey




home | mail

JAN COX, a painter's odyssey

Co-written Bert Beyens


Prix de la Meilleure Monographie,
Festival International du Film sur l’Art, Montréal



Directors:
Narrator:
Cinematographer:
Music:
Producers:
Production:
With:






Original language:
Running time:
Year:
Bert Beyens, Pierre De Clercq
Jeroen Krabbé
Remon Fromont
Walter Heynen
Willem Thijssen, Hans Otten
CinéTé Antwerpen/Amsterdam
Harry Cox, Yvonne Van Ginneken,
Adriaan Raemdonck, Pierre Alechinsky,
Fred Bervoets, Hugo Claus,
Gerrit Kouwenaar, Marc Mendelson,
David Barbero, Beatrice Farwell,
Thomas M. Messer, Perry T. Rathbone,
Paul Shapiro a.o.
English - Dutch - French
75 minutes
1988



www.jancox.be


Synopsis:

English

"Biographical film about the life and work of the Belgian painter Jan Cox. Cox had a tempestuous youth, during which he co-founded the Jeune Peinture Belge group and worked on the fringes of the Cobra movement. In 1956 he left for America, where he lived for the next 18 years. There he was recognized as an inspired painter and teacher, but he returned disillusioned following a failed marriage, financial problems and an emergent alcoholism. He finally committed suicide in 1980.

The directors incorporate archive material, canvasses, photos, reminiscences and writings into their film, built up as an odyssey in 24 cantos, each with its own style. They paint an intriguing picture both of Cox’s artistic drive and the tragic dualism between dream and reality that tore at his personality and would eventually lead to self-destruction. In this context, Cox’s paintings are used to reflect the events presented or alluded to by the film. The 24 cantos are subdivided in accordance with the three phases in Cox’s life: 1919-1949 (Telemacheia), 1949-1969 (Odysseia) and 1969-1980 (Nostos). On its release, the film garnered much praise, not merely for its intricate construction which took it beyond the bounds of a conventional documentary, but also because it so successfully evoked the spirit of Cox."

Michel Apers, Belgian Cinema,
The Royal Belgian Film Archive, Brussels, 1999

Nederlands

"Biografische film over het leven en werk van de Belgische schilder Jan Cox. In zijn onstuimige jeugd was deze laatste medeoprichter van de Jonge Belgische Schilderkunst en werkte hij in de marge van de Cobra-beweging. Daarna, in 1956, trok hij voor 18 jaar naar Amerika. Daar ontpopte hij zich als een begeesterd schilder en leraar, maar hij zou ontgoocheld terugkeren na een mislukt huwelijk, financiële moeilijkheden en een beginnend drankprobleem. Uiteindelijk pleegde hij in 1980 zelfmoord.

De makers hebben hun film, die gebruik maakt van archiefbeelden, doeken, foto’s, herinneringen en geschriften, opgebouwd als een odyssee in 24 zangen, elk met een eigen stijl, en schetsen op die manier een intrigerend portret van zowel de artistieke gedrevenheid als de tragische dualiteit tussen droom en leven die Cox uiteindelijk tot zelfdestructie zou drijven. De schilderijen functioneren daarbij als een weerspiegeling van de getoonde of geëvoceerde gebeurtenissen. De 24 zangen werden opgebouwd volgens de drie periodes in het leven van Cox: 1919-1949 (Telemacheia), 1949-1969 (Odysseia) en 1969-1980 (Nostos). Toen hij uitkwam, genoot de film veel waardering, als een uitstekend opgebouwde documentaire die tegelijk meer was, namelijk een geslaagde poging om "het gevoel Cox" bij de toeschouwer over te brengen."

Michel Apers, De Belgische Film,
Het Koninklijk Belgisch Filmarchief, Brussel, 1999

Français

"Documentaire biographique de l’oeuvre du peintre belge Jan Cox. Après une jeunesse tumultueuse qui le verra fonder la jeune Peinture Belge et travailler en marge du mouvement Cobra, l’artiste émigre en 1956 aux Etats-Unis où, durant les 18 années suivantes, il s’y révélera un peintre inspiré et un maître enthousiaste. Mais il reviendra déçu, après un échec matrimonial, des déboires financiers et un début d’alcoolisme: autant d’événements qui l’acculeront au suicide en 1980.

Intégrant images d’archives, toiles, photos, souvenirs et écrits, les réalisateurs ont délié leur film en une odyssée de 24 chants, chacun dans un style différent et réparti selon trois époques de sa vie: 1919-1949 (Telemacheia), 1949-1969 (Odysseia) et 1969-1980 (Nostos), esquissant ainsi un curieux portrait de l’artiste où sont mises en lumière tant sa motivation artistique que la contradiction tragique entre ses rêves et la réalité, dualité qui, en fin de compte, le mènera à l’autodestruction. Les toiles en ce sens fonctionnent picturalement comme la réflexion en miroir des événements présentés ou évoqués. Succès d’estime à sa sortie, ce film est bien plus qu’un documentaire, même très bien charpenté, par son dépassement des limites du genre en une tentative réussie de sensibiliser le spectateur à une sensibilité Cox".

Michel Apers, Le Cinéma Belge,
La Cinémathèque Royale de Belgique, Bruxelles, 1999